Boekgegevens
Titel: Leerplichtigheid
Auteur: Kerdijk, A.; Opzoomer, C.W.
Uitgave: Utrecht: J.L. Beijers, 1870
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. N a 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203258
Onderwerp: Onderwijs: recht op onderwijs
Trefwoord: Leerplicht
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerplichtigheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
jurisdictie gehandhaafd ; die kan toch waarlijk niet op nieuw
in Nederland worden ingevoerd ').
't Is waar, in Pruissen, en zoover ik weet in geheel
Duitschland, is het de overheid die recht spreekt over ver-
zuimen van den leerplicht : eerste vonnis door den burge-
meester, met appel op den landraad en van dezen wederom
op de hooge regering — 't is zoo administratief mogelijk.
Maar wat zou ons dwingen om , indien wij de Pruisische
leerplichtigheid invoerden in ons vaderland, de geheele toe-
passing tevens onveranderd over te nemen ? Zijn leerplich-
tigheid en administratieve rechtspraak dan zóó onafscheide-
lijk aan elkander verbonden, dat de eerste niet denkbaar is
zonder de laatste ?
Op 5 Nivôse An II decreteerde de Nationale Conventie een
wet op de leerplichtigheid — een wet, die helaas! niet in
werking is getreden. Art. 9 luidde: „Les pères, mères,
tuteurs ou curateurs, qui ne se conforment pas aux dispo
sitions des art. 6—8 de la présente section, seront dénoncés
au tribunal de la police correctionnelle In 1848 diende
Carnot een onderwijswet in, die in haar 4™ titel de leer-
plichtigheid voorschreef. De wet werd door een commissie
uit de Assemblée Nationale — waarin o a Wolowski,
Jules Simon, Barthélémy St. Ililaire zitting had-
den — onderzocht en geamendeerd ; en zoo werd art. 59
aldus geredigeerd: „Si l'enfant nest pas présenté ou s'il est
constaté qu'il ne reçoit aucune instruction régulière, le père
pourra être appelé devant la commission scolaire, qui lui
adressera un avertissement, dont il sera fait mention au
procès-verbal de la séance. Si la commission constate, trois
mois après, qu'il n'a pas été tenu compte de l'avertisse-
') Farncombe Sanders t. a. p. bl. 13: „Overal dus administratieve
jurisdictie, — een teruggang tot den goeden ouden tijd van arbitraire correctie
door het politieke gezag, waarvoor de Hemel ons in zijn goedheid beware."
Cf. Jules Simon t. a. p. bl. 306.