Boekgegevens
Titel: Leerplichtigheid
Auteur: Kerdijk, A.; Opzoomer, C.W.
Uitgave: Utrecht: J.L. Beijers, 1870
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. N a 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203258
Onderwerp: Onderwijs: recht op onderwijs
Trefwoord: Leerplicht
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerplichtigheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
Laat ons zien, hoe zij in Pruissen wordt toegepast; en
wel volgens de jongste verordening daaromtrent, de In-
structie van het Ministerie van Onderwijs van 1845 '). Tegen
Paschen van elk jaar zendt de kanselarij van den burger-
lijken stand een opgave der leerplichtige kinderen aan de
hoofdonderwijzers der verschillende scholen, en verwittigt
daarvan tevens de betrokken ouders of voogden. Zij, die
hun kinderen huisonderwijs willen doen geven, vragen
daartoe vergunning van de (uit notabelen der gemeente
bestaande) schoolcommissie; een verzoek, dat nooit geweigerd
wordt.
Als resultaat van een tweemaal daags herhaald appel
nominaal, zendt de onderwijzer een statistische lijst der
absenties aan de schoolcommissie. Een eerste afwezigheid
wordt beschouwd als een verzuim van de zijde van het kind;
daarvan wordt mededeeling gedaan aan de ouders, met de
vermaning om tegen recidive te waken. Eerst, wanneer
herhaling van het verzuim plaats heeft, wordt de vader
— of, bij ontstentenis van dien, de moeder of de voogd —
voor den burgemeester gedagvaard, moet het verzuim van zijn
kind rechtvaardigen, of wordt door den burgemeester ver-
oordeeld tot een boete van 1 Sgr. tot 1 Thlr., of, ingeval
van onvermogen, tot een gevangenisstraf (30 Cts. boete
staan gelijk met een gevangenisstraf van 4 uur): in sommige
sti-eken treedt in de plaats van gevangenisstraf een soort van
heerendiensten ten bate der gemeente. De boeten komen
niet aan den fiscus, maar vloeijen in de schoolkas en dienen
') Cf. Komeijn t. a. p. bl. 35 en vlg. Zooals men weet, is het Pruissi-
sehe schoolwezen, vooral met betrekking tot de leerplichtigheid, nog altijd
gebaseerd op het Gcneral-Land-Schul-Reglcment van Frederik den Groote, van
12 Aug. 1763. Zoo legde de groote koning in een en hetzelfde jaar den
grondslag niet alleen van Prnisaen's uitwendige grootte door het roemrijke
einde van een onrechtvaardigen oorlog, maar tevens van de intellectuële grootte
vau zijn volk door de invoering der leerplichtigheid.
4