Boekgegevens
Titel: Leerplichtigheid
Auteur: Kerdijk, A.; Opzoomer, C.W.
Uitgave: Utrecht: J.L. Beijers, 1870
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. N a 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203258
Onderwerp: Onderwijs: recht op onderwijs
Trefwoord: Leerplicht
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerplichtigheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
afdoende middel, dat ons redden kan. Nog rest mij de
verdediging van mijn derde stelling:
Tegen de invoering der leerpliclitiglieid in
Nederland bestaan geen overwegende bezwaren,
zelfs niet onder de bestaande schoolwetgeving.
Doch, welke zijn nu die bezwaren?
Vooreerst weegt het bij velen zeer zwaar, dat „leer-
plichtigheid is in strijd met onzen volksaard; er is niets in
onze zeden, onze gewoonten, onze wetten, dat er betrek-
king op heeft, dat ons volk er allengs toe opleidde: zij
heeft in onzen landaard geen wortel, zij is een plant van
buiten,"*) Anderen voegen er bij, dat die dwang misschien
goed past in een land als Pruissen, w^aar de bajonet de
kinderen naar de school drijft, maar niet voor een volk
door welks aderen Nederlandsch bloed stroomt.
Zulke argumenten (?) maken, helaas! nog vaak indruk,
maar beteekenen al bitter weinig. Het Nederlandsche
volk heeft reden genoeg tot zelftevredenheid, om zijn
gebreken niet te verbloemen; en vooral, wanneer wij
ons vaderland met Pruissen vergelijken, bestaat er waar-
lijk geen grond tot schaamte. Maar daarom moeten wij
niet eenzijdig en onbillijk worden; daarom moeten wij
Pruissen's verdiensten op het gebied van het onderwijs niet
') Romeijn t. a. p. bl. 25. Zoo ook Farncombe Sanders t. a. p.
bl, 14 ; en de Vries Robbé t. a. p.
*) Zulk vuurwerk ontstak o. a. de heer van der II e i ra in de consti-
tuerende vergadering van het schoolverbond. Het mag wel opmerkelijk heeten,
maar het pleit niet zeer voor de kracht van het argument, dat wij datzelfde
beroep op den van dwang afkeerigen volksaard overal terugvinden. Zoo schrijft
Jules Simon (t. a. p. bl. 300) van Frankrijk: „Cependant, chaque fois
qu'il est question d'introduire Tinstruction obligatoire dans notre pays, on
vient nous déclarer d'un air protecteur, que nous nous repaissons de chimères,
que V instruction obligatoire ne saurait être acceptée dans un pays aussi libéral
que la France** Eu zoo roept ook A 11 m e ij e r uit; „Üieu merci! les Belges
ne sont ni des Spartiates ni des Obotrites, car il portent a Vextrême Vamour
de la liberté individuelle et le respect du foyer domestique."'