Boekgegevens
Titel: Leerplichtigheid
Auteur: Kerdijk, A.; Opzoomer, C.W.
Uitgave: Utrecht: J.L. Beijers, 1870
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. N a 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203258
Onderwerp: Onderwijs: recht op onderwijs
Trefwoord: Leerplicht
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerplichtigheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
Salford Education Aid Society blijkt, dat aldaar van de
100,000 leerplichtige kinderen in 1865 niet meer dan
60,000 de school bezochten. En dat nog wel in een district,
waar meer dan ergens anders de Factory-Act haar invloed
doet gelden i).
Al meen ik dus, dat Factory-Acts en dergelijken op zich
zeiven het doel niet kunnen bereiken, ik verwerp ze daar-
om niet onvoorwaardelijk, maar ben integendeel overtuigd,
dat zij, mits met leerplichtigheid verbonden^), heilzaam
zullen werken.
Eindelijk, wat zijn die beperkende wetten op den fabrieks-
arbeid anders dan dwangmiddelen, dan zoogenaamde in-
breuken op de individuele vrijheid, op de vaderlijke macht,
ja zelfs op de vrijheid van arbeid? Dat heeft Altmeijer^)
') Cf. de, ook uit een historisch oogpunt, uitmuntende verhandeling over
„Compulsory education," iu de Westminster Review van April 1869.
Leerrijk ziju in dat opzicht ook de Rapporten van de Children's Employment
Commission van 1863—66, waarvan eene vertaling, door Dr. Coronel, is
opgenomen in het „Bijblad van den Economist." Er wordt daar vooral op ge-
wezen , dat du grootste misbruiken niet plaats hebben in de fabrieken , maar
in hl cine tverkplaalsen en bij huiswerk — en deze ontsnappen aan de werking
der Faetory-Act. Zoo lees ik op bi. 104 (Bijblad voor 1867 , Seafl.): „AVaar
kinderen onder toezicht hunner ouders werkten , werd de wreedheid van langen
arbeid ten top gevoerd. De verslagen halen voorbeelden van de zoodanigen
aan, waar kinderen van 9—14 jaren 16—18 ure:i van de 24 moeten werken."
En verder: „Moeijelijk is het echter, om in dien staat van zaken door wette-
lijke regeling afdoende verbetering te brengen. De regeringscommissie vond zich
dan ook aan het eind van haren arbeid bezwaard om afdoende maatregelen voor
te stellen, te meer omdat de voornaamste misbruiken ten opzichte der kinderen
in de huisindustrie en kleine werkplaatsen bestaan , en het gemis vai opvoe-
ding en onderwijs het meest aan de ouders der kinderen zeiven te wijten is."
«) De heer de Vries Robbé („Rapport der Commissie van 30 Sept. 1863 "
bl. 27) geeft als zijn gevoelen te kennen , „dat een wettelijke regeling van den
duur des arbeids in verhouding tot den leeftijd, gepaard aau schoolplicht, het
eenige afdoende middel is om tot een beteren toestand te geraken". Toch
blijft hij afkeerig van een algemeene leerplichtigheid. Op welke gronden hij,
die van een algemeene leerplichtigheid niet weten wil, haar verdedigen kan
uitsluitend voor de fabrieks-kinderen, schijnt mij onbegrijpelijk.
8) T. a. p. bl. 26 en vlg., waar hij de voortreffelijke woorden citeert, ge-
sproken door Réuouard iu de Chambre des Pairs, op 15 Febr. 1848.