Boekgegevens
Titel: Leerplichtigheid
Auteur: Kerdijk, A.; Opzoomer, C.W.
Uitgave: Utrecht: J.L. Beijers, 1870
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. N a 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203258
Onderwerp: Onderwijs: recht op onderwijs
Trefwoord: Leerplicht
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerplichtigheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
ook niet de geringste, bij stad, gewest noch land
Het kiesrecht moge een lokaas zijn in landen als Frank-
rijk, waar het algemeen stemrecht heerscht, het moge daar
misschien eenigen invloed uitoefenen ; het kan niet errstig
als geneesmiddel worden aangeprezen bij een kiesstelsel als
het onze, dat de overgroote massa der onwetenden reeds
van zelf van het kiesrecht uitsluit. En nu weet ik wel,
dat er ook onder onze stembevoegden ten platten lande velen
zijn, die zelfs de meest elementaire kennis niet bezitten;
doch men zou zich, geloof ik, omtrent de zelfstandigheid
van dat gedeelte der kiezers schuldig maken aan een illusie,
die waarlijk door de practijk niet gerechtvaardigd wordt,
indien men meende, dat zij aan hun recht zulke waarde
hechten, om daarom hun kinderen onderwijs te doen genieten.
En wat de uitsluiting van betrekkingen betreft, zou men
werkelijk in goeden ernst meenen, dat deze in staat zou
zijn, om én onzen boerenstand én ons proletariaat te bekeeren?
De arbeid van kinderen in de fabrieken moet bij de
wet geregeld worden; minimum van leeftijd en maximum
van werkuren moeten de grondslagen van die regeling zijn
In de eerste plaats zij opgemerkt, dat dit middelingeen
geval bij machte is, het kwaad in zijn geheele uitgestrekt-
Altmeijer t. a. p. bl. 62: „XJne loi pourrait décréter: 1®. que le citoyen,
qui ne sait ni lire ni compter, ne peut occuper aucun grade dans la garde
civique; 2®. qu'il est incapable d'obtenir aucune place, pas même la plus obscure,
dans la commune, la province ou le gouvernement".
2) In de zitting van het Corps Législatif van 10 Jan. jl. diende de afgevaar-
digde de Kératry liet volgende wetsontwerp in :
„A partir du 1" Janvier 1875, tout Français porté sur les listes électorales
sera privé de son droit d'électeur, s'il ne sait lire et écrire en Français.'*
3) Altmeijer t. a. p. bl. 22. Nadat hij er op gewezen heeft, dat bijna geen
industriële etablissementen opgericht kunnen worden, zonder koninklijke, pro-
vinciale of gemeentelijke goedkeuring, gaat hij elders voort: „Eh bien! nous
voudrions que le Roi, les députations permanentes et les colléges échevinaux
eussent toujours soin de stipuler , dans les arrêts portant autorisation, que les
chefs d'industrie, à qui elle serait accordée, n'emploieraient dans leurs ateliers
que des enfants ayant fréquenté, pendant trois ans au moins, une école publique."