Boekgegevens
Titel: Leerplichtigheid
Auteur: Kerdijk, A.; Opzoomer, C.W.
Uitgave: Utrecht: J.L. Beijers, 1870
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. N a 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203258
Onderwerp: Onderwijs: recht op onderwijs
Trefwoord: Leerplicht
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerplichtigheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
kenheid van het proletariaat, de in sommige streken van
ons land half verdierlijkte boerenstand — dat alles zal
machtiger zijn dan al uw ijver.
Doch zelfs voor een oogenblik toegegeven, dat de kwaal
op die wijze han genezen worden, is er ook dan nog niet
reden te over, om het geneesmiddel door een beter te doen
vervangen? Wie den bestaanden toestand met dien van
vóór twintig jaren vergelijkt, moet erkennen, dat wij veel
vooruitgegaan zijn; misschien dat, indien wij zoo voortgaan,
wij er ten langen leste wel komen zullen. Maar ten langen
leste! Maar hoe lang zal die ziekte-behandeling wel moeten
duren? Als wij uit den vooruitgang van het verleden be-
sluiten mogen tot den vermoedelijken duur van verdere ge-
nezing, hoe lang zal een groot deel van ons volk dan nog
moeten leuchten onder de slavernij — want grove onkunde
is slavernij — , waaronder het thans gebukt gaat?
ïot de berekening voor ons vaderland acht ik mij niet in
staat, — al weder, omdat de statistieke bescheiden te ge-
brekkig zijn. Doch een ander land kan ons ten voorbeeld
strekken: Jules Simon heeft de kansrekening voor
Frankrijk gemaakt. ') In 1833 (dus vóór de uitstekende wet
van Guizot) bedroeg het getal onwetenden 45,7% der
bevolking, in 1862 27,4%: dus in den tijd van dertig
jaar een vooruitgang van nog lang niet de helft, van IS"/,,.
Blijft dus dezelfde vooruitgang voortduren, blijft raen dezelfde
kracht ontwikkelen, zoo zal Frankrijk nog ruim 30 jaar
noodig hebben, om met Pruissen te kunnen wedijveren.
Maar vooruitgang in dezelfde mate is niet denkbaar. In
de tijdsruimte van 1833 tot 1862 is het getal scholen van
22641 tot 68761 gestegen; een voortreffelijke schoolwet heeft
haar gezegenden invloed uitgeoefend; de weifelenden zijn
thans bekeerd, van nu af aan krijgt men met de verstokten
<) T. a. p. bl. 211 en vlg.