Boekgegevens
Titel: Leerplichtigheid
Auteur: Kerdijk, A.; Opzoomer, C.W.
Uitgave: Utrecht: J.L. Beijers, 1870
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. N a 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203258
Onderwerp: Onderwijs: recht op onderwijs
Trefwoord: Leerplicht
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerplichtigheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
vraag het bovenal aan de Roomsche geestelijkheid in Noord-
Brabant, of er niet reeds gewerkt is.
Ik heb de constituërende vergadering van het schoolverbond
bijgewoond; en de daar gevoerde discussie heeft mij slechts
in mijn overtuiging versterkt. Wil men zich tot zedelijke
middelen, zonder tusschenkomst van den staat, bepalen,
zoo spreekt het van zelf, dat niet één algemeen middel
overal kan worden toegepast; dat er gelet moet worden op
den aard der localiteiten; dat wat in industriële districten
baten zal, geen uitwerking zal hebben in landbouwende
streken, en omgekeerd. En wat bleek nu ia de avondver-
gadering van het schoolverbond? Het was niet zoozeer een
debat, als wel de zamenstelling van een catalogus van midde-
len, die ieder, als in zijn woonplaats beproefd, ter aanbeve-
ling had meegebracht. Hier was het stelsel van belq^ningen,
't zij dan in fraai gekleurde prenten 't zij (practischer) in geld
en kleedingstukken. Elders verbonden van werkbazen, om
geen leerlingen in dienst te nemen, die geen behoorlijk onder-
wijs genoten hadden. Anderen verdedigden de goede resul-
taten van huisbezoek en mondelinge vermaningen. In één
woord, er was gewerkt; gewerkt naet kracht en met ijver.
Doch er kan misschien nog meer, vooral practischer
geijverd worden. Ik wil het gaarne geloven, en even gaarne
toegeven, dat op die wijze velen gewonnen kunnen worden.
Maar, dat het afdoende middelen zouden zijn; middelen in
staat om de kwaal, die aan ons volksleven knaagt, niet
alleen eenigzins te lenigen maar te genezen, dat betwist ik
ten sterkste. Weet gij, wat overreding, belooningen, enz.
kunnen tegengaan? Het ongeregeld schoolbezoek. Maar
niet het geheel verwaarloozen der school: die duizenden en
duizenden onzer kinderen, die nooit de school betreden,
zullen al uw pogingen niet redden uit de macht der on-
kunde. De arbeid in de fabrieken, het gebruiken van kin-
deren voor kleine huisselijke bezigheden, de diepe gezon-