Boekgegevens
Titel: Leerplichtigheid
Auteur: Kerdijk, A.; Opzoomer, C.W.
Uitgave: Utrecht: J.L. Beijers, 1870
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. N a 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203258
Onderwerp: Onderwijs: recht op onderwijs
Trefwoord: Leerplicht
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerplichtigheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
thans alom in den lande verbinden, om het bestaande
schoolverzuim met vereende krachten te bestrijden.
Doch, door welke middelen?
Door de invoering der leerplichtigheid — zeg ik, en
helaas! niet velen met mij. En dat antwoord rust op de
overtuiging, dat geen ander middel baten zal.
Neen — zeggen de tegenstanders — niet dat heroieke
middel willen wij te baat nemen; slechts met zedelijke
middelen willen wij te werk gaan. ') „Ons doel is juist, de
leerplichtigheid overbodig te maken," zeide de heer Bosscha
in de constituërende vergadering van het schoolverbond; en
als ') der vereeniging werd de leerplichtigheid verworpen.
De mannen, die zich die taak hebben opgelegd eu met
ijver aan het werk gaan, verdienen achting en eerbied;
maar zou men met grond goede vruchten van hun arbeid
mogen voorspellen? Ik geloof het niet. Heeft men dan
tot heden de handen in den schoot laten rusten ? Is de
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen niet werkzaam geweest?
Heeft de algemeene Maatschappij van Nijverheid zich de zaak
niet aangetrokken ? Hebben schoolopzieners, inspecteurs,
plaatselijk schooltoezicht niet naar krachten meegewerkt?
Vraag het aan dat legio onzer goede plattelands-predikanten,
') Zoo ongeveer sprak o. a. de Heer P. Harting in de vergadering van
het Schoolverbond; cf. „De oprichting en de eerste handelingen van het
Nederlandsch schoolverbond", bl. 53.
') In de N. Rotterd. Courant van 9 Nov. '69 lees ik: „Maar toen de lucht
gezuiverd was van het salpeterig element (nl. van die leden der confessionele
partij, die de middagvergadering verlaten hadden) en men 's avonds kalm de
middelen overwoog, om het schoolverzuim tegen te gaan, was het weder de
overgroote meerderheid, die zich afkeerig van het verplicht schoolonderwijs
betoonde". Deze voorstelling is niet juist. Vóór het sluiten der avondver-
gadering constateerde de Heer van Lier, dat wegens gebrek aan tijd de leer-
plichtigheid als middel niet besproken was — wel het beste bewijs, dat de
overgroote meerderheid niet in de gelegenheid was geweest, er zich afkeerig
van te betoonen. cf. „De oprichting en de eerste handelingen van het Nederl.
Schoolverbond, bl. 64 en 78. En L alle man: „Een heerlijk werk in de
Octübcrmaand", t. a. p.