Boekgegevens
Titel: Leerplichtigheid
Auteur: Kerdijk, A.; Opzoomer, C.W.
Uitgave: Utrecht: J.L. Beijers, 1870
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. N a 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203258
Onderwerp: Onderwijs: recht op onderwijs
Trefwoord: Leerplicht
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerplichtigheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
point de culture intellectuelle et morale. Tant de barbares
au sein de la civilisation! Je ne connais qu'un moyen de
désarmer la sauvagerie native de cette future armée d'élec-
teurs, c'est de porter une loi générale, qui oblige tous les
enfants à fréquenter l'école, et qui leur assure à tous une
bonne éducation morale i)".
Zonder vrees voor tegenspraak meen ik thans te mogen
herhalen: de leerplichtigheid bereikt haar doel; waar zij
bestaat, is het volksonderwijs oneindig algemeener dan
waar zij niet bestaat
Doch nu: de algemeene deelname aan het onderwijs
in ons vaderland kan niet op zachter wijze verkregen worden.
Dat de tegenwoordige toestand allertreurigst is, dat van
de toekomst geen heil te wachten is, indien aan dien toe-
stand geen einde komt, daarover zullen allen het wel eens
zijn. Ook voor ons vaderland geldt, wat Altmeijer ')
voor België schreef: „II faut sortir de cet état de choses,
il le faut à tout prix. C'est la condition même du pro-
grès, de l'affranchissement du prolétariat, de l'avènement
réel de l'égalité, une des bases fondamentales de nos
institutions. D'ailleurs la question est posée, sous peine
de mort la société doit la résoudre". Zoo hebben het ook
de heeren Har tin g begrepen; en met hen allen, die zich
') Deze woorden, uit Barnard's „Journal of education" vertaald, worden
geciteerd door Altmeijer t. a. p. bl. 31 n. 1.
-) Een sprekend voorbeeld van het doeltreffende der leerplichtigheid levert
nog de geschiedenis onzer schoolwetgeving. Art. 30 van het Reglement A,
behoorende bij de wet van 1806, beval aan de departementale en gemeentebe-
sturen aan, „om bedacht te zijn op het beramen en nemen van gepaste maat-
regelen, ter voorziening in het zooveel mogelijk onafgebroken schoolhouden en
schoolgaan, het geheele jaar door". Ten gevolge daarvan werd in 1839 in de
provincie Groningen de schoolgeldplichtigheid ingevoerd, voor kinderen van 5
tot 12 jaar; in datzelfde jaar 1839 klom het getal schoolgaande kinderen van
20000 tot 30000! Cf. Th. v. Swinderen, „Denkbeelden over schoolplich-
tigheid en kosteloos onderwijs."
') T. a. p. Introduction XIII.
3