Boekgegevens
Titel: Leerplichtigheid
Auteur: Kerdijk, A.; Opzoomer, C.W.
Uitgave: Utrecht: J.L. Beijers, 1870
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. N a 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203258
Onderwerp: Onderwijs: recht op onderwijs
Trefwoord: Leerplicht
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerplichtigheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
van toezicht, is het zenden van kinderen, die geen huis-
onderwijs ontvangen, naar de school verre van algemeen
en het schoolverzuim in sommige streken vrij aanzienlijk.
In het kanton Zürich, waar het schoolbezoek getrouwer en
langduriger is dan in eenig ander Zwitsersch kanton, be-
droeg het aantal verzuimen:
in 1858/59 34617 strafbare, 332842 niet strafbare.
„ 1859/60 33718 „ 358826 „
De schrijver •) verzuimde echter er bij te zeggen, dat hier
van \eviVLiïndagen sprake is, dat men dus die groote getal-
len door 365 deelen moet, om tot den juisten staat van
het schoolverzuim te komen. En wat blijkt dan? Dat,
in 1859/60, bij een bevolking van 266265 zielen 1075
kinderen — d. i. 1 op 247 inwoners — de school niet
bezochten; terwijl van die 1075 slechts 92 strafbaar waren.
Zoo wordt de mededeeling een schitterend bewijs ten mijnen
voordeele. Mag dat een eerlijke polemiek heeten?
Beyeren. De statistiek van Beijeren is de ongunstigste
van geheel Duitschland: 17°/^ der leerplichtige bevolking
verzuimen de school. Doch de redenen hiei-van zijn elders
te zoeken; èn de Zuid-Duitsche Bier-Gemüthlichkeit ook bij
de regering, èn de clericaal-Roomsche geestelijkheid doen
hier haar invloed gelden ').
Saksen. Uit de vergelijkende statistiek van v. O e 11 i n-
gen en Hausner blijkt, dat 100,3% '^an de leerplich-
tigen werkelijk de school bezoeken. Zoo verklaart ook
'j Het snedige voorbeeld ontleende hij aan Farncombe Sanders; „Eenige
bedenkingen tegen het rapport omtrent de schoolpliehtigheid, uitgebracht na-
mens de commissie uit de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen", 1863 bl.
14 n. 2.
') Baudouin t. a. p. Préface bl. II zegt van Beijeren : „L'instruction primaire
et secondaire y sont loin d'être aussi développées (scil. qu'en Prusse). Les
écoles sont moins nombreuses, moins fréquentées. L'enseignement n'est pas
dans les mêmes mains, il n'est pas dirigé d'après les mêmes idées".