Boekgegevens
Titel: Leerplichtigheid
Auteur: Kerdijk, A.; Opzoomer, C.W.
Uitgave: Utrecht: J.L. Beijers, 1870
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. N a 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203258
Onderwerp: Onderwijs: recht op onderwijs
Trefwoord: Leerplicht
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerplichtigheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
Die tegenwerping maakt nog al indruk. Het woord
socialistisch heeft een kwaden klank. Socialisme! met u
beschouw ik de richting, die dat voorstaat, als een
verderfelijke, als een onzinnige richting tevens. Maar aan
socialistisch streven valt hier in de verste verte niet te
denken. Jules Simon en de Molinari socialisten!
Mannen, die juist de groote bestrijders zijn van de staats-
interventie; die pal staan voor de vrije werking van het
individu op elk gebied, op dat van het onderwijs zoowel
als op dat van handel en industrie, op dat van het ge-
schreven zoowel als het gesproken woord.
Of is wellicht hun ingenomenheid met de leerplichtigheid
een inconsequentie op hun overigens toegejuicht stelsel? In
geenen deele. Zij weten slechts te onderscheiden, waar
anderen zich aan begripsverwarring schuldig maken. Zij
willen de tusschenkomst van het staatsgezag verdrijven,
waar zij niet op haar plaats is; maar behouden, waar
zij inderdaad dringend noodig is. „Nous sommes anti-
interventioniste — zegt de Molinari ') — mais nous
ne sommes pas anarchiste. Nous croyons que le gou-
vernement a dans la société un rôle indispensable, qui
consiste à faire respecter la liberté et la propriété, ou pour
tout dire en un mot, le droit de chacun; et qu'aussi long-
temps qu il y aura des hommes assez pervers pour impiéter
sur les droits d'autrui, un gouvernement sera nécessaire
pour défendre les droits ainsi mis en péril". Waar de staat
zich begeeft op een gebied, dat alleen bij volledige vrijheid
vruchten kan afwerpen, sticht hij onheil. Waar de staat
te onderwijzen". En iets vroeger: „Men heeft ile richting, die ik voorsta,
niet zelden aangevallen met groote woorden, met hardklinkende verwijten; en
daaronder behoorde inzonderheid het verwijt, dat wij een Siaalsalvermogen
willen. Zoo die beschuldiging op iets toepasselijk is, zij zou het wezen op
hetgeen nu door sommige leden schijnt te worden verlangd".
') In den Economiste Beige van 1 Jan. 1858, bl. 6.