Boekgegevens
Titel: Leerplichtigheid
Auteur: Kerdijk, A.; Opzoomer, C.W.
Uitgave: Utrecht: J.L. Beijers, 1870
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. N a 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203258
Onderwerp: Onderwijs: recht op onderwijs
Trefwoord: Leerplicht
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerplichtigheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
Noch lezen noch schrijven konden:
1827/28, o6°/o rekruten, mannelijke misdadigers
1829/3 J, 527, » 61%
1831/32, 497„ „ 597„
1863/64, 287„ „ 427„
1865/66, 257, » 367,
Ergo: geheel onwetenden onder de manaelijke bevolking
25%' onder de mannelijke misdadigers 36°/o; i- bijkans
de helft meer onde ■ de misdadigers. En die vergelijking
komt mijn stelling nog krachtiger te hulp, wanneer men
bedenkt, dat hier alleen sprake is van mannen, en dat on-
der de misdadigers tegen 36 onwetende mannen 56 onwetende
vrouwen gevonden worden.
Het zekerste bewijs voor mijn bewering zouden wij heb-
ben, indien wij de verschillende landen met elkander konden
vergelijken, om dan tot het resultaat te komen, dat, waar
het onderwijs het meest algemeen is, de criminaliteit ook
het geringste is. Maar die vergelijking is inderdaad onmogelijk.
Niet alleen is in de verschillende landen de competentie
der onderscheiden rechters ongelijk; niet alleen wordt lang
niet overal dezelfde waakzaamheid door de politie en dezelfde
ijver door de justitie aan den dag gelegd; maar vooral, de
maatstaf der verschillende strafwetboeken is zóó uiteen-
loopend, dat hier aan vergelijkende statistiek niet te den-
ken valt.
Nog rest ons één waarneming; deze nl., dat in elk bij-
zonder land bij de toenemende verspreiding van het volks-
onderwijs de criminaliteit integendeel daalt — ierwijl zeker
de cauwkeurigheid der rechtspleging eerder toe-dan afneemt.
Ons vaderland is in dit opzicht een gesloten boek; de
bl. 11, 210, 212. „Rapport et Eiposé de l'Empire", van 6 Maart 1865,
\ 4. Corne t. a. p. bl. 90. Quetelet: „Ia Physique sociale" II. bl. 263.