Boekgegevens
Titel: Leerplichtigheid
Auteur: Kerdijk, A.; Opzoomer, C.W.
Uitgave: Utrecht: J.L. Beijers, 1870
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. N a 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203258
Onderwerp: Onderwijs: recht op onderwijs
Trefwoord: Leerplicht
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerplichtigheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
nering opging, moest er geen of bijkans geen criminaliteit
meer zijn daar, waar het onderwijs werkelijk algemeen en
werkelijk voldoende is.
Dat is geen argumentum ex absurdo, maar in absurdum.
Wanneer de eene reeks de andere postuleert, moet liet
daaiom zoo voortgaan in 't oneindige? Met juistheid heeft
Stuart Mi 11 er op gewezen, dat in den loop der eeuwen
het standpunt der vrouw hoe langer hoe vrijer is geworden;
is daarom zijn conclusie, dat dus de vrouw geheel gelijk-
gesteld moet worden met den man, niet onjuist en onlo-
gisch? De welvaart van een volk staat in omgekeerde rede
tot den rentestandaard; moet er daarom een tijd komen,
dat het woord interest tot de geschiedenis zal behooren,
en men geld om niet zal kunnen leenen?
Doch gelukkig behoeven wij ons niet tot deze argumen-
tatie te bepalen. Wij kunnen tot onze verdediging cijfers
aanvoeren , die o. i. het feit voldingend beslechten. Zij be-
wijzen, dat er onder de misdadigers meer onwetenden zijn
dan onder het volk in 't algemeen.
In Nederland ') konden van de gevangenen lezen nocli
schrijven:
in 1857 51%
, „ 1858 50,77o
„ 1859 48,1%
„ 1860 47,7%
„ 1861 44°/,
„ 1862 42°/„
En hierbij zijn nog niet opgegeven zij, die in de huizen
van bewaring vertoefden, en wier getal in 1856 niet minder
dan 24684 bedroeg.
') Dc cijfers omtrent Nederland heb ik geput uil liet „Statistisch Jaarboek
voor het Koningrijk der Nederlanden", uitgegeven door het Ministerie van
Binucnlaudsche zaken.