Boekgegevens
Titel: Leerplichtigheid
Auteur: Kerdijk, A.; Opzoomer, C.W.
Uitgave: Utrecht: J.L. Beijers, 1870
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. N a 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203258
Onderwerp: Onderwijs: recht op onderwijs
Trefwoord: Leerplicht
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerplichtigheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
9
baas, die hem zijn loon in geld uitkeert; indien hij niet
rekenen kan, hoe zal hij weten of hem betaald wordt, wat
hem verschuldigd is? Hij moet inkoopen doen , vau voedsel,
kleedingstukken enz.; zal hij niet eiken dag moeten rekenen?'
Bovendien, hij kan morgen uit zijn dienst ontslagen worden
en zal elders nieuwen arbeid moeten zoeken; indien hij niet
lezen en schrijven kan, hoe zal hij de noodige inlichtingen
krijgen, om de krachten en bekwaamheden, waarover hij
te beschikken heeft, zóó voordeelig mogelijk te plaatsen?
Men spreekt veel van godsdienstige ontwikkeling vooral bij
de lagere klassen; maar hoe kan er van godsdienstige ont-
wikkeling sprake zijn bij hem, voor wien de Bijbel een
gesloten boek is? Ignorantia juris nocet; maar hoe kun
hij de wet kennen, die haar niet eens kan lezen? ') De
geheel onwetende mensch, die zonder steun moet worstelen
in den stroom van het leven, gelijkt op den blinde, die zonder
staf of gids, door de drukke straten van een hoofdstad, te
midden van voetgangers en rijtuigen, zijn weg moet zoeken.
Het zou wreed zijn, zulk een blinde op straat te zenden.
Welnu! het is even wreed, een wezen, welks oogen voor
de kennis niet geopend zijn, te zenden in de maatschappij,
die de onwetenden en onbekwamen vertrapt en verzendt
naar de schuilhoeken van het proletariaat
Touillier: „Lc droit civil français" I § 57 : „Quandl'instruction sera
décrétée obligatoire pour tout le monde, alors — et alors seulement — on
pourra dire, que toute personne, qui prétend ignorer la loi, ne peut l'imputer
qu'à elle-même; que son ignorance, son insouciance répréhensible ne sauraient
l'excuser".
2) Cf. de Molinari t. a. p. bl 7. — De Amerikaansche slaven-
houders hadden wel brerepen, welken invloed het elementair onderwijs kan
uitoefenen. In sommige statcu was het onderwijs aan .slaven streng verboden ,
en werd elke poging in dien geest zwaar gestraft. Zoo beschouwde de wet van
Virginia, van 1829, elke dag- en nachtschool, waar men slaven leerde lezen
en schrijven, als een onwettige vergadering; terwijl de overheid het recht
had, 100 zweepslagen te doen toedienen aan eiken, in zulk een school ge-
vonden slaaf. Zou werd in Noord-Carolina de blanke, die een slaaf leerde