Boekgegevens
Titel: Leerplichtigheid
Auteur: Kerdijk, A.; Opzoomer, C.W.
Uitgave: Utrecht: J.L. Beijers, 1870
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. N a 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203258
Onderwerp: Onderwijs: recht op onderwijs
Trefwoord: Leerplicht
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerplichtigheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
6
derjarigen inderdaad het stelsel onzer wetgeving is. Weina!
de voorstanders der leerplichtigheid eischen niets anders dan
de consequente toepassing van dat beginsel. Het kind heeft
recht op een minimum van onderwijs: de ouders, die dat
recht verkorten, moeten door den staat gedwongen worden
om het te eerbiedigen. De ouders zijn verplicht, hun
kinderen te onderhouden en op te voeden — 't staat in
onze wet geschreven; welnu! de leerplichtigheid geve volle
levenskracht aan die wetsbepaling, die tot heden slechts
een nudum praeceptum was.
Mijn tweede argument is dit. De staat, die waken
moet voor de veiligheid van personen en eigendommen,
moet daarom ook zorgen, dat elk zijner toekomstige bur-
gers onderwijs geniet.
De ouders, die hun kind geen onderwijs verschaffen, be-
gaan in de eerste plaats een misdaad tegen het kind; maar
zij begaan even goed een misdaad tegen de geheele maat-
schappij.") Wat heeft die maatschappij vaneen geheel onwetend,
en dus redeloos wezen te wachten? Zij heeft er niet alleen
geen heil van te TOchten, zij heeft er allerwaarschijn-
lijkst onheil van te duchten. In eiken geheel onwetenden
mensch schuilt een gevaar voorde veiligheid der maatschappij.
Altmeijer: „Quelques mots sur l'enseignement primaire obligatoire", bl.
5C. „II serait bien étrange, en vérité, si la loi, qui dispose en faveur des
mineurs pour défendre leurs biens contre le désordre et l'incurie des parents
ou des tuteurs, ne pût veiller à leurs intérêts intellectuels'*. En na zulke
woorden blijft Altmeijer toch tegenstander der leerplichtigheid!
*) De Molinari, ia den Economiste Belge van 20 Jan. 185 8, bl. 6,
vergelijkt art. 203 C. C, (ons art. 159 B. W.) nict onaardig met speelschulden,
die niet in rechten kunnen gevorderd worden.
Stuart Mill: „Principles of political cconomy", bl. 570 : „If their parents .
or those on whom they depend, have the power of obtaining for Ihem instruc-
tion and fail to do it, they commit a double breach of duty: towards the
children themselves, and towards the members of the community generally,
who are all liable to suflfer seriously from the consequences of ignorance and
want of education in their fellow-citizens".