Boekgegevens
Titel: Leerplichtigheid
Auteur: Kerdijk, A.; Opzoomer, C.W.
Uitgave: Utrecht: J.L. Beijers, 1870
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. N a 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203258
Onderwerp: Onderwijs: recht op onderwijs
Trefwoord: Leerplicht
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerplichtigheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
Mijn stellingen zijn deze '):
i". iJe leerplichtigheid ligt binnen den kring
van de rechten en plicliten van den staat.
2". Zij is het eenige afdoende middel tegen
li e t ten onzent 1) e s t a a n d e schoolverzuim.
Tegen haar invoering in Nederland bestaan
geen overwegende bezwaren, zelfs niet
onder de bestaande schoolwetgeving.
Eerst een enkel woord over de redactie van mijn eerste
stelling. De bedoeling is eenvoudig deze, dat de staat
mag en moet eischen, dat elk zijner toekomstige burgers
onderwijs geniete ~ onverschillig of hij dat geniet op de
openbare of bijzondere school of in het ouderlijk huis.
Daarom vermeed ik de gewone uitdrukking „sclioolplichtig-
heid" en gebruikte het woord „leerplichtigheid." Boven-
N dien — het is misschien een overbodige opmerking —
blijf ik met mijn eerste stelling op het terrein der theorie.
Of de leerplichliglieid in ons land noodig is, d. w. z. of
het volksonderwijs ten onzent werkelijk niet algemeen is
en niet op andere wijze algemeen gemaakt kan worden,
zal later blijken. Hier geldt alleen de vraag of, indien
zulks werkelijk niet het geval is, de staat het recht en de
plicht heeft, tot de deelname te dwingen.
En nu heb ik voor die stelling twee argumenten,
die elk op zich zelf m, i. reeds voldoende moesten zijn,
E. dc Laveleyc: „l'Instruction du peuple au siècle", in de Revue
des deux ^Mondes van 15 April 1800, bl. 978: „Avant d'imposer aux citoyens
une obligation nouvelle, il faut démontrer trois choses: d'abord que cette mesure
est juste, ensuite qu'elle est utile, enfin qu'elle est applicable, e'est-ù-dire que
dans l'application les inconvénients ne dépassent pas les avantages". In dieu
zin zijn ook mijn stellingen geformuleerd.
In Duitscliland spreekt men van „Schulzwang" cn „Schulpflichtigkeit",
hoewel er inderdaad slechts leerplichtigheid bestaat: het onwelluidende „Lern-
pflichtigkeit" zou het begrip beter weergeven. Zeer juist daarentegen zijn de
uitdrukkingen „enseignement obligatoire" en „compulsory éducation".