Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 64 —
Zijt ghy het wiid geboomt daer 't mannetjenl) in sat
Üm God in 't vleesch te sien? l)aer leeft wat in uw blaó
iiat Sycomorich lijckt; en 't heeft de soete luyden,
Die, langh in d' aerd verrot, noch leven in haer' kruydem
Doen seggen: ja en neen; en 't hanght noch iu den strijd.
Dien ick niet scheiden sal: ick neem u soo ghy zijt,
Of als m' u hebben wil, of als ick u kan vinden:
Half Moerbey en half Vijgh, half Wijnranck en half Linden,
Al soo m' u doopen wil, mits ghy voor slaven streckt,
En mijn hoofd met het uw, als rarasollen, deckt
't Js aengenamen dienst, soo langh uw' kruynen duren^
Maer dat 's half-jarigh werck: Dat weten uw* geburen,
Miju' bruyne Mannetjens, die tusschen beiden op
By el voor el in 't jaer haer' nemmer grijsen kop
Ten Hemel spoedigen, om Somer-Sonn' te blinden,
En 't plein t^ decken voor de schrale winter-winden.
'k Verpraet my: 't is oud Hout, en hondert jaer in staet2)
Van breede schaduwen, en die van verre staet
Verneemt van Nootdorp af het vierkant Bosch van Masten;
En die 't van bijds 3) geniet (u meen ick, lieve Gasten,
Die Coets en Peerden hier bf voor de koude berght.
Of voor de spitse Mugg', die warme Henghsten tcrght)
Prijst de voorsichtigheid van Hofwijcks dooden stichter
Die 't ongemack bevroedd' en maeckten 't Beesten lichter.
En menschen aengenaem, gelijck is alle pijn.
Die onsen naesten smert, en daer wy vry af zijn.
Miju V\ andelaer is moê: ick kan 't hem niet verwijten:
Wie soud' sijn lijdsaemheit in 't einde niet verslijten
Op soo veel wild geklaps? maer 't sal haest beter zijn:
Tot noch toe voed ick hem met Peper en Asijn,
Tot allerley Salaet van smaeckeloose bladen:
Hier neffens light een Bosch dat beter is geladen;
Een dat de keel toe lacht; een' Keucken-wildernis,
1) Zacheus, de tollenaar uit het Evangelie 2) Eerst:
£n 't moeyelick geweld van schrale »interwinden
Te weeren van mijn Plein. Daer heb ick my verpraet:
Sy sijn nu hondert jaer, en overlangh in staet.
3) naby.