Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 61 —
Blijft Boomen tot der dood, plantsoenen van mijn hand:
Kn. soo u Ouderdom, nae* menigh jaer, ontplant,
Leent liever uw gebeent voor Pijlen en voor Bogen,
En wordt voor tijd-verdrijf geschoten en getogen,
Dau dat ghy menschen-vleesch soudt scheuren met geweld,
En trecken uyt het groen in een rood bloedigh veld.
't Is langh genoe^h gedolt in tweemael veertigh jaren l),
Oni eeus den Ksschen tack tot Bijl en Ploegh te sparen.
Laet noyt de Son op gaen. God Vader, en God Soon,
God Geest, dry-eenigh God! die ons den ouden toon,
Uen on-toon, valsch geluyd vau Trommelen en Fiuyten,
Van niews opheffen sie van binnen of van buyten;
Lact injn geterghde wraeck versaedt zijn in t verderf
Van ons geburigh volck 2), daer nu Dijn heiligh erf,
Dijn' Kercke light versmoort en in haer bloed versopen,
Haer Konincklicke bloed, en buyten hulp en hopen.
En buvten trouw en troost voor eewigh schijnt ontdaen,
't En zij ghy met de boos' eens in 't gericht wilt gaen.
Daer was ick over Zee: afgrijsen doet my keeren,
Vau daer een eenigh Heer gesplist is in veel' Heeren,
Van daer een' Kroon, een' Kroon, en noch een' Kroon 3)
(verrast
Op hoofden is geraeckt, daer op sy niet en past.
Hoe soet is 't in mijn Laen te komen uyt die stancken I
Wat hebben wy met ernst den Hemel te bedanckeu.
Voor 't sachte spiegelen aen volckeren, diens quaed
Het onse schier ~ niet schier, maer verr te boven gaet!
'k Heb met den Eschgedaen, Ksch-doorneu, schooner troncken,
Ghj mooght niet ongemelt mijn' Vierhoeck om staen proncken.
(Dit 's t Merckt-velcl, of de Plaets, naest aen 't Kort Achterom,
Of aen mijn Kneutcrdijck) ick heet my wellekom,
En, vrienden, u met een, die met mijn' trage treden
Tot op dit groene Buym geduldigh zijt geschreden.
Leent noch wat lijdsaemheids eer dat wy verder gaen,
1) Verstn: in den pas geeindigden 80 jarigen vrijheidsoorlog. 2) Versta: het
En^elsc'he, na de onthoofding van Karei I. 3) Die van Itngeland, Schotland,
cn lerlHnd.