Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 59 —
Vau Haegh en Meyen-Boeck 1), die hier de plichten doen
Vau Wal en hoogh en dicht, van vriendelicke muereu,
Die my het vry gesicht bepalen van mijn* buereu,
Die Maertje Knelis oogh onthouden uyt mijn' grond.
Als offer tusschen ons een' steenen heiningh stond.
Verganckeiicke kalck en kon my maer bevrijden;
]3it eewige kan bey: bevrijden en verblijden;
In één woort segh ick 't al; 't is 't oorbaerlickste schut,
Dat schoon en dienstigh is, en aengenaem eu nut.
Nu rechts of slinghs gewent; of quellen u de bochten.
Die dese wereld laeckt, en d' oude tijden sochten ?
Leght beider redenen in d'een' en d'ander' schael;
Wy hebben veel gelijcks, maer min als altemael.
Een' lange ry Voorhouts te samen te sien krimpen
En sluyten tot een punt, gelijck des Bäckers timpen,
Verheuglit des Kijckers oogh, al waer het noch soo dom.
En iu de red'lickheit gaet alle recht voor krom:
Maer *t kromm' heeft oock sijn* deughd, en 't buygen van
(de stegen,
Ontwalght den Wandelacr van al te lange wej.,cn;
Of, sijnse wat te kort, de kromte maektse langh.
En, soo de plaets gebreeckt, de konst is in 't veriangh
Het een is prijsens waerd, het ander niet te laken;
Eick een voldoet sijn smaeck, elck een versnipt sijn laken
Naer eigen welgeval: eens was 't een spitsche schoen,
Nu kan een' platte leest^ en anders geen, voldoen.
Eens was de oroeck soo smal, als mag're mcnschendyen,
Nu zij 't soo goed als 't wil, de mode wil 't niet lyen;
Eu 't zij dan spits, of rond, of langh, of ruym, of smal,
Eick weet sijn' verwe voor sijn kostelicke mal 2).
De gril rolt als de Tijd: wil yemand Rechter wesen,
Het vonnis, ben ick wijs, en sal men hier niet lesen:
't Zijn smaken, en die staen den vryen mensche vry:
Laet niemaut oordeelen van 's naesten leckeruy:
De rechte Dreef is recht, de kromm' heeft oock haer voordeel:
Sus doen, soo laten doen, is 't veilighst, in mijn oordeel;
1) Beuk. 2) Toespeling op zgn bekende Hekeldicht.