Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 58 —
En doen noch dagelicks daertoe haer niewe best.
Heiisaemen Elsen-rack, wie soud' u können derven?
Ghy doet ons vreughd en baet in leven en in sterven;
Üw leven streckt voor muer, met een, en voor tapijt:
Uw leven geeft ons warmt, en koelte, naer den tijd.
En altijd louwe warmt en altijd stil verkoelen;
Uw' doode beenderen verquicken ons gevoelen.
Als 't ÏJs en Sueew verdooft; het is een meerder goed,
Gestorven goed te doen' dan menigh mensche doet.
Maer branden is te wreed voor sulcken dienst van leven:
Daer is een' minder' pijn, die u niew leven geven
Of 't oude lengen kan: ghy leent uw' lieven romp,
Daer Schip en goet aen hangt, tot hooren van een' pomp.
Van kokers onder aerd, daer wateren door sluysen,
Spijt Roomens Metselwerck, en Brussels loode buysen,
Daer Klinckaert, en Arduyn, en Koper moet vergaeU;
Daer stadigh lappen is en"^niew verboeten 1) aen;
Daer overleeft uw lijf, en daer ontsterft uw sterven.
En daer gerieft ghy kind, kinds kinderen, en erven;
In 't water stond uw' wiegh, uw' dood-kist light in't vocht;
Daer duyckt ghy, en ontgaet de schennis van de locht:
OnsterfTelicker lof verdienen noch uw' stoven ;
Onsterlfelicker penn', dan dese, maghse loven;
Mijn' uytspraeck schiet te kort, wanneer ick oversla.
Wat winst is door verlies, wat voordeel is door scha.
D' ondanckbaer Eicken stamm' en laet sich maer eens houwen:
U kan ick hondert mael behouwen en behouwen:
Behouwen? dat 's niet al, ghy levert goed voor quaed,
Ghy voedt die u verdoet, ghy segent die u slaet,
En, die de vreughd wil sien van dikwils niewe telgen.
En neem' niet als de raoeyt van wreed zijn en verdelgen; -
't Onthoofden geeft de winst: waer is dat noch gehoort?
Meer kinders dienen my, hoe ick meer ouders moord!
De wand van mijn Voorhout, of van mijn' twee Voorhouten,
Is noch maer half voldaen: maer u verveelt mijn kouten,
Niews-gierigh Wandelaer: soo swijgh ick van het groen
1) Veratellen.