Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 49 -
in den vrolicksten deu nutsten toenaem vindt.
VVant vruclit en vreughd is *t wit dat ick hier schick te raken,
De Vreughd is tastelick: gaet op, ghy sultse smaken:
Ken Baken stond hier eerst tot in den llaegh gesicn,
Tot in de Duynen toe, tot in de '/ee misschien:
Vlaer die aen 't Baken stond, en sagh maer pas de weiden,
ie Voorburgh en den Haegh, weêrzijds de Scheyingh, schei-
(den;
De reste was geboomt, dat door mijn' eigen schuld
Den schoonsten hoeck gesichts met bladren heeft vervult:
Ln 't giugh met Hofwijck toe, als met de Stadt der Steden,
\Iiin ongesien Parijs, die sich een Geck met reden,
3eklaeghde niet te sien door d' al te dicke wolek
'an Huysen overhoop en 't woelen van haer volck.
31ind had ick my geplant, en wiid' ick my ontbünden,
ck most een hooger top dan all' mijn toppen vinden,
Jie nu gevonden is: thien trappen en thien meer
Ontbinden mijn gesicht, waer dat ick"'t henen keer.
ck overtop' mijn self, en Hollands beste deelen,
)ie veel en veel gesi^n geen' oogen en vervelen,
n al dat Delfland heet van Khijn en Schie tot Maes,
'ot in het Noorder silt sijn golven, ben ick baes. '
)at heet ick oversien. Haer' Graven en haer' Staten,
)ie u\i Bcsitters zijn, en die 'l wel eer besäten,
n waren noyt meer Baes: sy kosten haer besit
iet meer als oversien, niet meer als daer ick sit.
och ben ick het wat meer: sy sagen 't door de woleken
an haer' bekommeringh voor feteden en voor Volcken :
3k sienl) het sorgeloos en op sijn Hofwijcks aen,
n laet Gods weêr en wind Gods acker over gaen:
ïk vaer als reiser 2) mê, de Stierluy moeten waken:
y woelen onder een in sacken en in saken;
sie van boven neer, als uyt de tweede luclit,
aer geen gevoel en is van onder-Maensch gerucht.
:l) Voor sie om de volgende etomrae h. 2) Thans voor .t verlengde reiziger
I onbruik geraakt; men mocht er echter 't vrouwelijk reizeres voor 't
|iuliebbelgk reizigster wel van gaan bezigen.
HUYGENS. V. 4