Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 44
Van 't blinde Nederlands mis-bouwende gesicht
De vuyle Gotsche schel te hebben afgelicht 1).
Sijn' lieden seid' het mê: 't vergift most uyt der aerden:
De mijne sei 't er by: flucks wagens en flucks paerden
By dusenden, niet min, die my van dat geweld
Ontlasten voor mijn* rust, mijn lust, en oock 2) mijn' geld,
Nu was de Heil' berooft en all' de boosheit boven:
IVaer henen met het vuyl? het had óns overstoven
En weêr op niews verraên, 't en waer ick 't meester was.
Mijn' bueren vraeghden wel naer Sand, maer naer geen' Ass'.
Soo keerde Nood in Deughd : 'k most bergen wat ick roeyde
Dat bergen wierd een Ber^h, die tot des'hooghde groeyde;
Wild most hy daer niet zijn: eerst wierd hy onder tam.
Met dat ick hem besnoeyde, en hier gaf en daer nam;
Elucks wierd hy klocke-rond, gelijck *t spoor van een passer.
Bewaren is meer konst dan krijgen is; hy was er,.
Hy most behouden zijn. Ick vongh hem in dit net,
In dese groene Muts; die wierd hem opgeset,
Als gaende nu te bedd' om slapers-wijs te dienen,
Met gras en bloemekens. Nu geef ick het in tienen,
Dit raedsel, wie het zy, die 't van my niet en weet:
Hoe 't innerst ingewand van desen Schoon-schijn heet.
Van buyten staet hy groen en soeckt my te believen
Met kruydjeus velerhand, gespeckt met Matelieven;
Van binnen is hy ros, verraderlick: of rood
Van schaemte; let daer op, ghy, die een' swacke boot
Door's Werelds baren voert: daer moeten 4) sich, niet Bergeni
Maer menschen als mijn Bergh, die binnen alles bergen
Wat boos en onrecht heet, van buyten in een schijn,
Die haer meer Engelen dan Menschen maeckt te zijn. (kalveni
Schrickt oock wat voor rood sand, ghy Groene-wambaa
Die u heel Meesters houdt, en niet 5) en weet ten halven
De Berghjens die ghy vleidt zijn blanck en groen om 't seerst
En 't lacliter u al toe, dewiil ghy op uw teerst
Tot op den Bodem toe gras-boter meent te vinden:
1) Iluyifens — als men ziet — deelde in Renaissance-vooroordeel zyn(
dagen tegen de zoogenoemde Gothiek. 2) Eerst: voor mynlusten. 8)Uf^
rooide, uitgroef. 8) Ge-, ontmoeten.4) Thans niets.