Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 36 -
Gelijck de aiecke man het eene Bedd* verveelt.
Tot dat hy *t ander proeft, en dat het niet en scheelt
Van 't eerste sijn gemack; soo ruyl ick Berck voor Eicken,
i'n Eist voor Bercken-bosch. Bey kan ick soo bereicken,
Dat dit voor onder, dat voor opper-kleed verstreckt,
Dat gen' als mantel, dit als Broeck eu Wambas deckt.
De Bereken staen om my als Toortsen, die in Kerckeu
Niet half soo dienstigh staen en druypen op de Sercken;
Den duyster, daer ontrent de flickerighste luyster
Van Wolle-wevery, die t'huys mijn' mueren deckt 2),
Nau voor een schaduwe van somer-groente streckt.
"Wat magh de sotte konst haer selven onderwinden?
Haer uytterste geweld is qualick werck van bliuden,
By 't minste Bercken-blad, den minsten Elsen-tack,
Mijn' muer-tapiiten hier, mijn' sold'ring en mijn dack. .
In dese wonderen bergh ick de soeticheden
Van mijn gesnoepten tijd: hier spreeck ick met de Reden,
Met my, met d'eewigheid, met vrienden verr' van my.
Met eewen, goed of quaed, te komen of verby.
Maer 't is altoos geen ernst: ick hoord" er oock wel spreken,
Soo sich een vriend met my in 't groene komt versteken,
Eu op de prate-banck, vau zoden daer geplant.
Sijn uertjens wa^en wil en helpense van kant.
Neemt een gelijckenis tot keers licht van mijn' reden:
De Peerel-visscher duyckt tot dat hy gansch beneden
Den bodem van de Cuyp, die 't zilte Zee-nat houdt,
Geluckelick betreedt en als sijn acker bouwt:
Daer tast en grabbelt hy naer Oesters, die haer' schalen
En daer sy ^root af gaen, sijns lijfs gevaer betalen;
Maer 't is niet altoos prijs in sulcken Lotery:
De Nieten zijn te veel: noch is de Visscher bly.
Als baet by lasten komt, en d' een den ander* dragen.
Die in raijn groene Meer met my den brand der dagen
1) Ontnomen. 2) Versta: zyn geweren tapytbehangael.