Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 34 -
Dat doet eeu Eicken block, verstaet een perck van groen,
Daer Eickjens Nut, Vermaeck, en Heerlicklieid voldoen;
Hegli-lioutje recht en kromm, dat om de seven jaren
Si^n' Meester leert hoe soet genieten is, en sparen
(Eick in de middelmaet en ten besetten tijd),
Hoe goed een kleedsel is, dat dient en niet en slijt.
Dat, zijnde, warm en koel, niet zijnde, warm kan maken,
Soo doen mijn Eickentjens: Ick laet den Honds-dagh blaken
Op 't steilste van den Noenl); ick laet het Noorder guer
Sijn scherpste buyen toe, mijn groene dack en muer
Belet my wederzijds het sweeten en het beven:
En in de leckerny van dit staegh-stervend leven
Heb ick altoos getelt het dobbele geniet
Van yet verheugelicks op 't kantjen van 't verdriet;
Op 't kantjen, sonder schroom; soo dat vast and're smaken
Het gene my genaeckt, en niet en kan geraken.
't Zy goed of quaede sin, ick voel mijn voorspoed bet.
Als yemands tegenspoed daer nevens werdt geset.
Ick scheppe geen vermaeck in mijnes naesten lijden:
Maer, als hy 't lijden moet, soo kan ick my verblijden
In dat ick t niet en lij. Geeft my een blockje land,
Een Eiland als een vuyst, bezeet 2} van alle kant,
Bezeet op sulcken diep, dat op het minste blasen,
Sijn holle baren stouwt gelijck de groote dwasen,
Die met bergh over bergh ten Hemel wilden gaen,
En grijpen naer de Sonn en treden op de Maen;
Geeft my dat Eyland, rijck van Beemden en van Koren
Geeft my een huys daer in om weelde te bekoren,
Geeft my Bosch om dat Huys, en langhs mijn steile strand
Of opgeworpen Hout, of uyt de koust geplant;
Siet my daer wandelen vry van den brand van 't Zuyen,
Van Oost en Wester vlaegh en van de Noorder buyen;
Siet my daer sorgeloos vau d'een in d* ander hoeck
Vertreden mijn gepeins, of oock een beter Boeck,
Een wijsen mans gepeins, terwijl een' vloot van Zeilen,
Die storm en holle Zee den anderen toe keilen,
1) Middaguur. 2} Van de zee omgeven.