Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 27 -
En singen wat ick poot, en rijmen wat ick bouw.
Eer dese keel verschorr', en dese petm verouw'.
'k Wil Hofwijck, als het is, 'k wil Hofwijck, als 't sal wesen,
Den Vreemdelingh doen sien, den Hollander doen lesen.
Soo swack is menschen-werck, het duurt min als papier
De tijd slijt struyck en steen! eens sal men seggen: hier.
Hier was 't dat Hofwijck stoud, nu Puyn en Quecck en Aerde:
En dan sal Hofwijck noch staen bloeyeu in sijn waerde:
Ja, waerde, sooder oyt yet waerdighs van mijn hand
De jaeren heeft verduert en ouderdom vermant.
In Holland, wat een land! Noord-Holland, wat een Landje'.
In Ilhijnland 1), wat een kley! in Voorburgli, wat een sandje!
Aen 't Koets-pad, wat een weghl aen 't water, wat een Vliet!
Aen al dat lieffelick of vrolick rieckt of siet,
Daer lagh een broekje vets, daer lagh een blockje magers.
Een beetje voor het vee, een treetje voor de Jagers;
Daer lagu, dat schickelick gevoeght had heel aen een,
Maer van het groote spoor verscheiden la^h in tween;
Het spoor en Vrouw Natuer verstonden hier den and'ren,
Ten Zuyden lagh de wey; op 't Noorderlick veranderen
Van Wey in drooge kroft 2) daer deelde 't spoor het scheel 3),
Gelijck een Kiem een Man in op- en onder deel,
In Broeck en Wambas scheidt. Daer hoefde geen bedencken
Op yeder deels gebruyck: de kley scheen my te wencken,
En raedde stomnielingh 4), sy was ten Boomgaerd nut,
Mits met een wilde muer gemantelt en geschut;
De kroft en eischte niet als vruchteloose 5) boomen,
Die sy wel machtigh waer in wel-ge-Elste 6) zoomen.
Elck heeft sijn Keur voldaen: hier 't Wilde, daer het ïam,
Een yeder heeft volbrocht het geen hy ondernam.
Let, Ouders, en let scherp op 't keuren van uw gronden:
Veel hebben sich vergeefs 't verkrachten onderwonden
Van kinderen verstand, met onverstand getucht;
1) Eerst „Delfland". 2) ondergrond. 8) De sclieiding. 4) zwygend.
5} Geen vrucht dragende. 6) Met eist beplante.