Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
H O F W IJ C K.
Scheidt d' eerste menigWael van leven en van Luyt,
Verkracht en over-reckt of met der tijd versleten,
'k Heb over-reckt geweest, maer bender2) deur gebeten:
Op 't slijten komt het aen: Twee dingen maecken 't waer,
Ot ick 't ontveinsen wouw, mijn jaeren en mijn haer.
En als de snaer begint te vees'len en te pluysen,
Soo staet sy meestendeel op 't schielicke verhuysen.
Wie weet of 't schielicke verhuysen deser Ziel
Niet voor mijn deur en staet? En of 't God soo beviel.
Sou Hofwijck onberijmt sijn Stichter overleven.
En wijeken voor 't Voorhout? en soud' ick my begeven.
Die anderen mijn pen baldadigh heb geleent?
Met reden eischte men de schuld van mijn gebeent.
Met reden schreefm'r op: „Hier light een Man begraven,
Die meende te volstaen met planten en met graven,
De slechte boeren-konst, en moght de moeyte niet
Sijn eigen maeckseltjen te eieren met een lied'\
M^yn sterven weet ick met langh leven niet te weeren;
Maer, leef ick weinigh meer, het Grafschrift wil ick keeren,
1) Hel-ste, helderste, scherpst. 8) Ben er.