Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
K IJ OKERS ANTWOORD
EN
KEUR VAN NAEMEN
VOOR HET
HOUTE GEBOUW.
L
DE öJE-NE-SCAY-QUOY'' VAN HOFWIJCK.
Elck die uw hooft bemickt, treft sijnen Doele niet;
Het is altijds geen lap wanneer de Schutter schiet,
Nochtans, wanneer der 1) prijs met schieten is te winnen,
Sijn s' altemael te been, die roer of boogh beminnen,
En hoopt oock d' alderminst 't geluck van eene schoot,
Door een beleefde pijl of door een gunstigh loodt.
So waegh ick mee een kans, en vlam op het Compeerschap
Meer als op 't beste glas van sulcken braeven Heerschap,
Die met een Fenix-pen, wanneer hy *t sich bepijnt,
De Son beschrijven kan veel schoonder als hy schijnt 2).
Maer weer soo waegh ick 't niet. Hoe raeck ick dat te vort 3) is?
Hoe reyck ick aen een spits, daer mijnen arm te kort is?
Hoe werd een rappen haes gevangen van een Koe?
Hoe vlieght een lamme ^ans tot aen den Hemel toe?
Wat maeCkt een blinderick 4) in winckelen en hoecken,
1) er 2) In zijn Voorhout. 3) Voor verde, Ter. 4) blinde (verg.
dommerik).