Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 20 -
Een hooft, dat nimmermeer is sonder schudde-bollen.
En echter even net, hoe het de winden sollen,
En 't sij of dagh of nacht, al even fraej gehult;
Maer, soo het herssens had by 't kostelick verguit.
Wat spijtigh Reyntje kon op mijne schoonheit smaelen?
Waer sou het Vosje stof tot leppigh schempen haelen?
Wat dunckt u, Kijcker-vrindl hoe staet u 't maecksel aen?
Een hals soo dun, soo langh, als tienmael van een Kraen,
Een hooft soo hoogh van 't lijf! Maer doch 't en is om niet niet.
Dat ghy mijn hals soo langh als eenigh Indisch riet ziet.
En dat mijn hooft soo ver van mijne schouders staet;
De reden vindghy licht, soo ghy uw oogen slaet
Op mijn vergalden kop, daer wonden en quetsuyren,
Die ick gekregen heb van fygens en van Buyren,
U leereu, dat mijn hooft streckt tot een Pylen-doel;
Men rake soo men kan, het heeft doch geen gevoel.
En ick noch arm noch hand om zeer of leed te wreken.
Meer wil ick van my selfs voor dese mael niet spreken.
Üae, Kijcker! gae nu heen, en span uw krachten in,
En geeft het kind een naem na mijnes Stichters sin.
Indien *t u wel geluckt, soo sult ghy deughd 1) gevoelen;
Men sal op mijnen Doop de beste glasen spoelen.
En doen een frisschen dronck van eedle 2) Deele-wijn,
En ghy sult deCompeer 3) van Hofwijcks Land-heer zijn,
1) genot, weelde. 8) Later „koele". 3) gevader.