Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 15 -
Dat hy kruype by der aerd?"
Heden had nae reên gesproken,
Eersucht quamper tegens stoken:
„Die niet soeckt, die niet en vind,
Die niet waeght, die niet en wint;
Waeght ghy: 't kan misschien gelucken;
Mist ghy: 't hoeft u niet te drucken;
Vele, die wat groots bestaen
Hebben met de wil voldaen;
Oock soud ghy den eerst niet wesen.
Dien, als anderen voor desen,
Een geluckigh woort ontvil 1),
Als 't gelnck maer dienen wil;
Blinden kunnen somtijds raecken,
En oock acker-lieden spraecken
Somtijdts wel een tijdigh woord,
Dat den wijsen heeft bekoort;
Oock is 't mee al waer bevonden.
Dat een haes, voor snelle honden
Afgeloopen vry en los,
Is gevangen van een Os,
Die hem op sijn lenden trapte.
Wijl 2) hy door de weyde stapte
In een dichte bos van gras,
Daer het wild gelegert was".
Wat is goed en wat is beter?
Soo 't geluckt, soo werd ick Peter 3),
En soo 't mist, waer kom ick heen?
Wat is 't als een blauwe scheen?
Die is lichtelick te waegen:
Vryers loopens' alle daegen.
En wie gaetter kreupel van?
Dus geschuddet 4) in een wan,
Dus gehangen tusschen beyden,
Eer dit strijden was gescheyden.
2) Ontviel; gelijk wirp voor wierp in 't volg. lofdicht. terwijl
8) peet-oom. 4) Voor geschud. 5) vermeiden.