Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 14 -
Door den Duycker henen schiet; —
Soo langh als men Duvts sal spreecken,
En geen leeser sal ontbreken.
Die een aerdigh Kijm bemint,
Daer men pit en kruym in vindt.
Wijl ick sit en suff en mijmer.
Opgetogen, hoe de Kijmer
In soo een gemeene stof
Wint soo ongemeene lof;
Hoe hy Wijsheit mengt met kluchten,
Hoe hy sonder jock kan tuchten I),
Hoe hy ernst met lacchen speckt,
Daer men les en vreughd uyt treckt.
Vind ick my in 't Bosch gekommen
En op uwen Bergh geklommen,
Daer een vierkant hout-gebonw
(Wist ick hoe men 't noemen souw)
Braght my weder op mijn_ sinnen,
Datter voordeel was te winnen
Van een heerlijck Peterschap
Voor die op den hooghsten trap
In het gissen konde raecken
Van profijtelickst vermaecken
In het geven van een naem,
Beyde nut en aengenaem,
lek gevoelde my bestreeden
Van mijn tochten en de Reden:
D' een sey dat ick 't laeten souw,
D' ander riep er tegen: „houw!
Houw, en wilt u daer voor wachten,
't Is geen werck van uwe krachten,
't Is geen last van uwen rugh;
Wat vermeet sich vliegh of mugh,
Dat een kemel is te vergen?
Wie begeeft sich op de bergen.
Die genoegh sich vind beswaert,
1) leeren.