Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
1298
— 207 —
Als ick "wel lieh gegeten.
Dat ick te Bedd' moet gaen.
'tWeivaeren komt een 1) toe,
Mits dat hy 't komen doe.
1299 Wel hem, die by sich vond:
Een Spelle 2) voor de Bors, twee Spellen voor den Mond,
1300 Daer hondert Apen om een Esel rotten 3),
Siet m' hem alleen van Aep voor Aep bespotten.
1301 Bedrieght den Slechten eens en weêr,
En eens den Loosen, maer niet meer.
1302 Een Haer (van Hoofd of Mond),
Maeckt schaduw op den grond.
1303 Leeft m' eenen dagh in Hongersnood,
Dry quade dagen voor het Brood.
1304 Een Maend voor Kersmis, een daer naer,
Is recht de Winter van het Jaer.
1305 Die 't Paerd saêlt, en het Paerd, sijn twee,^
D 'een-, denckt sijns weeghs, en d' ander meê.
1306 Een Vader doet voor hondert Sonen,
Dat hondert Sonen hem alieenigh niet en loonen.
1307 Ghy jaeght, en and're siet ni' u jagen,
Ghv hadt in Huvs veel beter dagen.
1308 Het schadelicke Kruyd
Gaet van den Vorst niet uyt.^
1309 Of mijn macht en sal niet strecken,
Of men sal my niet begecken.
1) lemaad. 2) Speld. 3) Shmenkomen.
EINDE.