Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 204 -
•1255 Zijt ghy be^eerigh naer een ander sijn secreten, Siet s' in sijn Vrolickheit of in sijn* Kouw te weten.
1256 Maeckt op de Peeren, Geen Wijn t' ontbeeren.
1257 'k Wou de kunst wel van hem leeren, Die Quicksilver kan soudeeren.
1258 Des Morgens al te vroege Son, En duert niet langh soo sy begon.
1259 De Blinde droomde, hy sagh den Dagh, En droomde, dat hy geerne sagh.
1260 Smit! tast den Blaes-balck aen, Soo sal de neeringh gaen.
1261 Van binnen blaeuw, van buyten rood. Een Schee van Goud, een Mesch van Lood.
1262 Geen beter Voer 1) en kander zHn, Als twee goê Schoenen en goê Wijn.
1263 Den Esel lijdt wel dat m' hem laedt, Maer 't overladen maeckt hem quaed.
1264 Lijdt om te weten, En werckt om t* eten.
1265 Groot is de mis-slagh, even Als die hem heeft bedreven.
1366 Maeckt maer u Goed wat te vermeeren, Gh' hebt tijds genoegh om te verteeren.
1267 Des Koniughs doen is als het mijn. Men vindt ons niet als daer wy zijn.
1268 Krijght Goed te gaêr, Maer let van waer.
1) Wagenvoer, bagagiè'.