Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 198 -
IITI Die een quaed Man ten dienste staet,
Doet of hy 't Saed wierp op de Straet.
1172 J)ie aileenigli eet sijn Maelen,
Moet sijn Paerd alieenigh zaêlen.
1178 Al die sijn Wagen smeert,
Verlicht bf Os bf Peerd.
1174 Die sijn Vyand weinigh acht,
Werdt er noch van omgebracht.
1175 Die maer en lijdt,
Wint metter tijd.
1176 Die sijnen aers te huer uyt geeft,
En sit niet, als hy 'r lust toe heeft.
1177 De Tijd spilt sonder nood.
En sonder nut of wit.
En let niet op de Uood,
Die op sijn schouders sit,
1178 In een oud vel
Trouwt niemant wel.
1179 Die al te laet is opgestaen,
Moet al den dagh een draQen gaen.
1180 Die u meer vriendschaps doet als voren, 't kan niet
(liegen,
Of hy heeft u van doen, 6f hy wil u bedriegen.
1181 Waer hebt ghy 't lappen van oüw kleêren af geleertP
Van weinigh Broods en veel klein' Kind'ren om den
(heerd.
1182
1183
Al die Tijd heeft en wacht na Tijd,
De Tijd sal komen, dat 't hem spijt.
Die een Mond heeft is een dwaes,
Seght hy tegen yemand: „blaes!"
1184 Die Kinders voedt en Schapen weidt, heeft klachten
Van wederzijds te wachten. i