Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 195 —
1130
1131
1132
1133
1134
1135
1136
1137
113S
1139
1140
1141
1142
1143
De Man verdwijnt.
Die niet verschijnt.
Daer noyt werdt ingebracht en altoos uyt genomen,
Salm* eens te gronäe komen. *
Die noyt en heeft gewaeght.
Heeft d'armoê noyt verjaeght.
Die sich niet geern en wilde wagen,
Laet sich vau Paerd noch Muylen dragen.
Die noyt kau eisschen en doen geven.
Had noyt verstand vau wel te leven.
Die maer een Hembd en kan verplegen,
Valt alle Saterdagh verlegen.
Hebt ghy geen Honigh opgedaen,
Soo laet hem uyt uw' Lippen gaen.
Betrouwt hem niet veel Gelds te leenen,
Die 's Winters gaet met bloote beenen.
Hebt ghy lust na tijdverdrijf,
Keedt een Schip, of neemt een Wijf.
Die Schulden afleght uyt sijn* Kas,
Werdt soo veel rijcker als hy was;
Als ick mijn schu den af betael,
Verbeter ick mijn Kapitael.
Die aen Visch wil raecken.
Heeft sich nat te maecken.
Zijt gh' op een weinigh Lands geseten,
Ghy mooght het met u schreden meten.
Die Arm is, wil al 't Maeghschap wijeken.
En elck is Maeghschap van de Kijcken.
Die niet veel Gebeedjens kan,
Scheit* er in een omsien van.