Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 193 -
1102 üie den Offer heeft t'ontfangen,
Magh de kloek doen bingebangen 1).
1103 Die wat vroeghjes doet sijn best,
Vindt den Vogel in sijn Nest;
Die wat langh wil blijven slapen,
Sal op 't leêge Nest staen gapen.
1104 Die sijn Bedde qualick maeckt,
Light'er moeylick in en waeckt.
1105 't Luydt hem heel wel in sijn ooren,
Dien wy qualick singen hooren.
1106 Die met sijn Deegh speelt onderst boven,
Treckt scheeve Brooden uyt den Oven.
1107 Komt een 2) geen qualick vaeren toe,
Hy werdt de Wee de selver moê.
1108 De Mensche siet
Na sijn verdriet.
1109 Die wat seers heeft aen sijn Bil,
Sit niet stil
Als hy wil.
11110 Die by qualick nemen leeft.
Weet dat hy noch arger geeft.
11111 Die meest laedt in de Schuyt,
Haelt oock het meest daer uyt.
|1112 Die pissende niet éénen wind eu schiet,
Gaet op het Hof, en siet ,de Koningh niet.
11113 Die al te langh in 't Bedde broedt.
Verliest sijn en een anders Goed.
1114 Die veel speelt met Tongh en Kaecken,
Komt wel eens het punt te raecken.
Il) Bengelen. S) Iemand.
HrYGENS V.
11