Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 191 -
1073 Die niet kan swijgen dat hem raeckt,
Denckt, hoe hy 't met een ander maeckt.
1074 Die slechtst van de Merrie praet,
Is hy diese koopen gaet.
1075 Die 't Water in de Flesch met eenen slagh wil stouwen,
Verstort'cs l) ongelijk meer, dan d'er blijft behouwen.
1076 Die den Ezel prijsen kunnen.
Moet men sulcken Soontjen gunnen.
1077 Die d' Olie met de maet uyt meet.
Besmeert sijn handen eer hy 't weet.
1078 Die light en schrijft op alle Wanden,
Heeft Wind
in 't Hoofd, en in sijn Handen.
1079 Die sijn leen rust op een Steen,
Werdt een Steen door al sijn leên.
1080 Die in een Jaer veel rijckdoms meent t'erlangen,
Werdt menighmael op t halve Jaer gehangen.
1081 Die een vriend is van den Wijn,
Moet sijn eigen vyand zijn.
1082 Die Hoornen draeght, en is te vredeu,
Draegt eewigh Hoornen, en met reden.
1083 Dien het Geluck wat mede'gaet,
De minste Mier komt hem te baet.
1084 Die een struyck'lingh doet.
Valt hy niet, hy spoedt.
lt)85 Die verlieft is op een wesen,
't Leelick dunckt hem schoon te wesen.
1086 Die wat spaert, die heelt wat.
Die wat mest, die keelt wat.
1) Daarvan.