Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 187 —
1298
1018
1019
1020
1021
Op Doornen zaeyen
Volght Distels maeyen.
Dient ghy twee Heeren in 't gemeen,
Voor seker, ghy bedrifghter een.
Spouwt naer den Hemel als een geck.
Het valt u selver op den beek.
Die maer dreight en grijpt niet ree,
Heeft er een, eu wacht er twee.
Die maer wenckt en niet en slaet,
Weet dat hy in vreese staet.
1022 Die den Doetoor wil voor sijn Bedde derven.
Of hy ontkomt, óf God selfs doet hem sterven;
Die den Doetoor te hulp haelt in sijn leed,
Raeckt in Beuls hand, en 't is maer wel besteedt.
1023 Door een trouw vriendelick vermaen.
Brengt m' yemand hulp, geen oneer aen.
1024! Die te dickwijls wil Soldaten,
Laet' er 't Vel of sal 't er laten.
1025 Licht dien ghy my bespotten siet,
En siet op sijn gebreken niet,
1026 Die het snot veeght van mijn Soon,
Geeft m'een soentjeu aeu mijn koon,
1027 Die sijn raed alleenigh sluyt,
Treckt sijn Haer alleenigh uyt.
1028 Die sijn Vyand weinigh acht,
Werdt er licht vau omgebracht.
1029 Die sijn Hond soeckt dood te smijten.
Moet hem eerst voor dol uyt krijten.
1030 Die door een Naelden-oogh verspiedt,
't Gebeurt, dat hy sijn hertseer siet.