Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 9 -
Die heb ick uyt haer graf doen spreken t' mijner baet,
En van haer lappen my een feestelick gewaet
Geflickt 1) en omgedaen: met Peerlen van Athenen
Is dit gewaet versien; de kostelickste steenen
Vau Roomens burgery, does' op haer rijckste was.
Heb ick gelesen uyt haer Puyn en uyt haer as,
En my mee geborduert: der Christelicke Vad'ren 2)
Heb ick het beste bloed van haer ontsteken ad'ren
Gesmolten in mijn vleesch, en uyt haer oud gebeent
Het onverrotste mer^h gesogen en geleent,
Nu pronck ick met den buyt, nu tert ick uw gedulden 3):
Verkoop ick niet als lood, *ck heb 't weten te vergulden;
Nu moet ghy Hofwijck sien, het zij u lief of leed:
't Kind is wanschapen, maer 't is rijckelick 4) gekleedt 5).
1) Aangelapt (van 't Hoogd. flicken). 2) De zoogenoemde kerkvaders.
8) geduld liebben. 4) Rijk, weelderig. 5) Dat oud-roomsche en atlieen-
sche, en dat kerkvaderlijk borduursel en verguldsel is in deze volksuitgaaf, als
minder doeltreffend, echter weggelaten. De desbeluste lezer kan 't in de oudere
naslaan.