Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 174 —
837 Doet ghy de saeck niet vóór uw sterven. Verwacht het veel min van uw Erven.
838 Mijn antwoord seght niet veel, maer sluyt op suleke (vr^n: De Os en kan het niet 1), en daerom singht de Wagen.
839 Een Man van reden heeft sijn wel vaert in sijn Hand : Al wat de Tijd souw doen, doet hy met sijn verstand.
840 De Wolf heeft altijd sin In 't doen van sijn' Wolvin.
841 Alle ding van grooter waerde, Komt van onder uyt de Aerde.
842 Wat het Ooge niet en siet, Dat en wenscht het Herte niet.
843 't Allerheelsaemst iu den Mond, Maeckt de Bors wel ongesont.
844 De Logen, die men 's Avonds giet, Gaet 's auderdaeghs van selfs te niet.
845 Dat Spiegels u te voren leggen. En salm' u in den Raed niet seggen.
846 Geeft niet uw' Man het nauwst bescheid. Van wat men u in d' oore seit.
847 Het slechte slijt ick geern met Vrienden en met hoopen. Het beste weet ick licht met voordeel te verkoopen.
848 Let op het volck, daer by ghy zijt geseten. De laetste in 't wercken, zijn de voorste in 't eten.
849 De Man, die H sey, was niet bedrogen: i „Die souder Vrouw is, hoeft veel oogen".
850 In een spits mager Wijf is t waer: Langh en benauwt, als 't quade jaer.
1) Namel. zingen.