Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 168 ~
752 Ick wensebte, dat dit een kloeck Raeder oversloegb:
W&i 's witte grond, swart Zaed, vijf Ossen aen een
(Geschrift) (Ploegh ?
753 Hebt gby 't gequest, bet Wilde Swijn,
't Sal tegen u verbittert zijn,
En houden op van volgen,
Daer op het was verbolgen.
754 De boose ergert van de straff.
De goede werdter beter af.
755 De Dochter aen den Man gebracht:
Een vreemdelingh in haer geslacht.
756 Einders zijt gh', in 1) allen schijn
Sult ghy namaels Ouders zijn:
Slaet daer acht op, jonge lieden!
Soo ghy doet, sal u geschieden.
757 Wy hebben noch niet eens het Kind,
En hebben 't al een naem versint.
758 Soo gaet het meesten tijd:
Laet Soon, vroegh Ouders quijt.
759 Daer ick Draed en Naelde weet^
Houd ick my voor half gekleedt.
760 Zijn de Man siju Haeren grijs,
Hy is oud, maer juyst niet wijs.
761 Dien de Liefde sit in 't oordeel,
Trouwt sijn leven niet met voordeel.
762 De Heer bewaer' my voor een man.
Die als een Vrouw-mensch klappen kan.
763 Weest altoos verr' en schouw 2)
Van een ros Man en een gebaerde Vrouw.
1) ^'aar. 2; Schuw.