Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 167 ~
739 Het luyste Peert van all',
Draeft wel omtrent den Stal.
740 Daer de Steert voor henen gaet,
Deelt de Duyvel in de daed.
741 Geeft my mijn Buycksken vol, en leglit my sacht:
Vermoordt my, slaep ick niet den heelen nacht.
742 'k Ben blinder als een blinde Man,
Soo 'ck door een Sift niet sien en kan.
743 Een Geck is 't, die sich sterven doet
Om yets liefs, dat hy derven moet.
744 Onthoudt dit, Knecht en iSIeissenl):
Wel dienen is wel eissen.
745 Die dagh en nacht wil leven sonder piju,
Gedenck' dagh dagh, nacht nacht te laten zijn.
746 Niet een Mierken, of het heeft
Sijn geselschap, daer 't by leeft.
717 Troetelt ghy de Katten, licht
Vliegen sy u in H gesicht.
748 Doet gh* een ander quaed.
Wacht het vroegh of laet.
749 Laet u maer soet als Honigh vinden,
De Vliegen sullen u verslinden.
750 Als de Koe in *t Veld, soo vat.
En behoudt dan, als een Kat;
Niet te bedencken, en te seggen,
Is schieten sonder aen te leggen.
751 't Zijn recht de streken van een rekel op het land:
Den Steen te werpen en verbetgen dan de Hand.
1) Verouderd voor meid, meisjen.