Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 165 -
712 Het is somtijds een goede les:
Die Schee en past niet tot dat Mes.
713 Daer ick te bedde ligh op mijn gemack.
Voert my de Duyvel vast van dack op dack,
714 Souw niet ons goedje minderen?
Waer is 't oyt hooren seggen:
Wy waren dertigh kinderen.
En Grootmoêr gingh geleggen?
715 En hebt noyt Jood noch Mon'ck te vriend,
Soo ghy een Vriend soeckt, die u dient.
716 Een Mon'ck, die doet wat m' hem gebiedt,
Ontfanght van elck, en geeft noyt yet.
717 Vier by Vier, Pot by Pot ten thoon.
En in die alle maer één Boon.
718 Ick ben te Hoof gegaen, en was een groote Beest,
Een Esel ben ick nu, en heb te Hoof geweest.
719 De Wind-hond, die veel Haes doet rijsen in het Veld,
Dat's dieder geen en velt.
720 De soetste Vryens-tijd dien yemand kiesen kan,
Is als een Weduw komt van d'uytvaert van haer Man.
721 Siet, wat een kostlick schoon uw Vrijster uyt kan
(maken:
't Vel Goud-geel, Silver-haer, en Ooghjens van Scbar-
(laken.
722 Der trotsen yd'le waen
Geeft Bloeyssel, maer geen Graen.
723 Stelt "hy u met uw klein ter neêr,
Terwijl een Sot soeckt na noch meer.
724 Heel groote Stilt van Locht,
Beduydt aenstaende Vocht.
725 De Karre draeght een grooten last,
Maer meer, die op de Karre past.