Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 163 -
üeeft best getuygenis,
Hoe vroedeu Man by is.
687 Als de nood perst op het seerst,
Spreeekt de Vriend de waerheit eerst.
688 In enge Herbergen en lange Wegen
Kent yeder eerst sijn met-gesel ter degen.
689 Daer men geen verlies en vindt,
Moet men denken, dat men wint,
690 Die Luyt is daer in handen van een Man,
Die 'r wel op spelen kan.
691 Terwijl iek doe, terwijl ick segh,
Geraeckt'er een goed beetje wegh.
692 't Is al vergeefs door H Veld te gapen,
Daer valt geen keur in schorfde Schapen.
693 Neemt maer ter herten uw Verdriet,
Eu moeyt u met eens anders niet.
694 Siet Tijd en Plaets met sinnen 1) aen,
Verliesen kan voor winnen gaeu.
696 Ten minsten 2) is een Spijeker waerd,
By vriesend weêr, het heele Paerd.
696 In dor Land is 't Water goed.
Of 't wat bracker is als soet.
f)97 Paep 3), die geen oorlof eischt, en ingelaten wordt,
Of ghy hebt Gunst te veel, bf ghy komt Schaemt' te
(kort.
698 't Magh iu den Winter koud, 't magh in deu Somer
■ (heet zijn,
lek sie den Wijn altoos sijn Deckmantel gereet zijn.
699 't Hoentjeu light en schropt en schrapt.
En 't werdt van de Pip betrapt.
1) Overleg, nadenken. 2) Op zijn minst. 3) Geeslelyke heer.