Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 157 ~
603 Eet op, en haest u wat met versehen Vis,
En met uw Dochter soose houwbaer is.
604 Al wisselt schoon de Vos sijn Vel,
De Vossenaerd blijft evenwel.
605 Een lup lê^e Geck
Leeft altijd m gebreck.
606 Op *t hamer-klappen slaept des Smits Hond aller best,
Het klapper tanden maeckt hem wacker in sijn nest.
607 Soo doet des Thuynmans Hond: (mond.
Hy magh geen Kool, en houdts' een ander uyt den
608 Koopliên by nacht, past dat ghy voor u siet:
Een ouden Hond b t nemmermeer om niet.
600 't Geluyd, dat oude Honden slaen,
Is als een raed van goed vermaen.
610 Met Maten en Gewichten
Is alle scheel te slichten.
611 Geen mis soo goed.
Als 's Land-Heers voet.
612 Weinigh praets is Goudsgelijck,
Veel en is niet meer als slijck.
613 Die niet voorwaerts uyt en siet.
Blijft te rugg' en voordert niet.
611 Die 't Peerd dreight en niet eu slaet,
Doet het tweederhande quaed.
615 Die altoos leert en noyt en vat.
Die vat wel, hoe ick 't meen, en wat.
616 Die 't suer en onrijp eten moet,
Sal weêr genieten 't rijp en ^oet.
617 Die naer twee Hasen
In *t Veld wil rasen.