Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
576
591
— 156 —
En breeckt een yeders ooren,
Om dat m' bem aen sou hooren.
De beste Teerlingh-worp van velen
Is, met geen Teerlingen te spelen.
Meloenen en Vrouwen
Zijn qualick te schouwen.
592 Die een Vrouw keuren wil, of een Meloen,
En kan 't niet beter als by 't steert-stuck doen.
593 Van de Logen gaet geen tol af;
Daerom iser *t Laud soo vol af.
594 't Is de schuld van 't Knechtjen niet.
Dat het Meisken naer hem siet.
595 Weet, dat u Knecht of Vriend
jsoch arm noch rijck en dient.
596 Overasersl) moeten 't weten:
Van veel-eten komt niet-eten.
597 De Muys, die maer één gat en kent,
Is van de Kat haest overrent.
598 't Kind krijt om 't goede dat men 't deê;
Ouw' lieden krijten om haer wee.
599 De Boeren en de Note-boomen
Zijn best met stocken t' overkomen.
600 Hebt gh' één Officie t' nwer eer,
Gh' hebt een Officie en wat meer.
601 Kiew backen Brood, al heet, al warm.
Veel in de Hand, niet iu den Darm.
602 Daer 't Brood is opgegaen,
Is heel 't gelagh ontdaen.
1) Overeters, vreters.