Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
576
577
578
— 155 —
Van 't Osken hoogh en droogh gehangen,
Dat zijn der Dieven eigen gangen.
De Wolf soeckt noch eeu Lam,
Daer hy het eerste nam.
De Wolf eu eet niet al, wat hy wel geeren at,
Hy eet maer, wat hy vat.
De Wolf verliest siju tanden wel,
Maer blijft van aerd al even fel.
579 Een oude Wolf die quaed is,
En huylt niet, dan als 't laet is.
580 De Sot prouckt met sijn Hoornen als eeu Hert,
De Wijse draeghts' onsichtbaer in sijn Hert.
581 Door de straffe die wat raeckt,
Werden Gecken wijs gemaeckt.
583 Die 't qualick weet te halen.
En sal noyt wel betalen.
583 Men meestert eeu quaed Oogh
Best met den Elleboogh.
584 Het Ongeluck komt met arm-volleu aeu;
Met klem' hand-volletjens siet men *t vergaen.
585 De boos' helpt goeden iu 't verdriet;
Maer sijns gelijck en derft hy niet.
586 't Quaed, dat uw Mond ontschoot,
Valt in uw eigen Schoot.
587 De Quellingh raeckt met troosten uyt den weegh,
Maer Voorspoeds-pack draeght niemand niet ter deegh,
588 Wewenaers zijn meer bemint
Met één Oogh, als met één Kind.
589 De booste van 't gelal
Is ruchtighste van alT,