Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
-- 154 —
561 De Wind-hond, op sijn pas, leght meer weghs af,
Dan 't Joffer-hondeken doet op sijn draf.
502 Al doense niet veel zeer de slagen van de Pan,
Het Vel versenght en kist er van.
563
564
565
Die wel gevoedt en vol is.
Past op geen Vriend, die hol is.
Honighraet werdt soet gesmaeckt,
Maer de Bie steeckt, die hem maeckt.
566
567
Het is de kloeckste Soon die leeft.
Die kennis van sijn Vader heeft.
Van den Muyl en 't Bastaert-kind,
Alle daegh een niewe quint.
Die op sijn eere let.
Blijft van een anders Dedd'.
568 De Man kan voor het V^yer, de Vrouw voor 't Vlas
Dat blaest de Duyvel aen. (uyt gaen:
569 Verliest een Jongman van sijn Geld,
Hij wordter wijs afl) met geweld.
570 Een man, die word voor rijk gehouwen.
Kan met den naem sijn Soon uit trouwen.
571
572
573
574
275
Weet dat de Gast, en dat de Vis
Den derden dagh aen 't stincken is.
De Koock, de Vrouwen, en de Gooten,
Zijn 't die de Mans ten huys uytstooten.
De niewe Kruyck is eer
Aen 't drincken, als haer Heer.
Wilt ghy, dat ick speel?
Goed Spel, en niet veel.
Eerst van de Naelde tot het Ey,
Van daer aen 't Osken in de Wey,
1) Van.