Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 153 -
Maer blasen sy met all' haer macht,
Soo durens' er wel meer als acht.
548 Het Konijn en het Patrijs
Saust men al op eene wijs.
549 De wond in 't Hert gegaen,
Daer is geen helpen aen.
550 Ken aelmoes, die men doet.
En mindert Bors noch Goed.
551 De Lust maeckt schoon en fris.
Dat vuyl en leelick is.
552 Is 't heel warm weêr,
Kleedt u te meer.
553 't Opschicken quam my juyst uiet eens in mijn ge-
(dachten.
Als ick Volck t' mijnent kreegh, daer op ick niet
(en wachten.
554 De Penningh maeckt
Den Man volmaeckt,
555 Men kan geen Tanden heelen
Met Luyten en met Veêlen,
556 Die 't verdrincken is ontkomen,
Past op 't ondiep van de Stroomen.
557 De Mis en is geen Heiligheit,
Maer doet mirakel, waerse leït.
558 De eure 1) is goed, den Dokter kómt de eer:
De ]Man is dood, hy voelt geeu Kortse meer.
559 Indien de Monick bidt 2) om Brood,
Hy neemt wel Vleesch in tijd van nood.
560 De Liefd' en seght noyt, noch het Vyer:
Past op uw werck en gaet van hier.
1) Ziekte-kuur, behandeling. 2) bedelt.