Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 149 ~
491 God doet geeu klachten die men hoort,
Macr houdt wel, dat hem toebehoort.
492 Seght vrylick uw bescheit,
Maer niet wie 't heeft geseit.
493 De Melck sprack tot den Wijn:
„Vriend, ghy moet welkom zijn!"
494 De Pau sprack tot den Ketel: „fy!
Wat doet het swartgat bier by my?"
495 Keu Geck sprack alle dese woorden,
Maer *t was geen doove diese hoorden.
496 Te Koomen wcetm'er van:
Spint eerst, Vrouw! en eet dan.
497 't Is een seggen vau oüw' Wijveu:
Houdt de pelsen van uw lijven.
498 Meu houdt u voor een eerlick man:
Hand over Hert, wat isser vau?
499 Het oude waere Spreeck-M'oord seit:
De Voeten gaeu, daer 't Hert haer leidt 1).
500 De Eoosheit is een dobbel quaed,
Die onder schijn van Vrientscbap gaet.
501 Als 't Geluck niet med' en doet,
Helpter Neerstigheit noch Spoed.
502 Daer eene Duyt sich vinden laet,
Soeckt, of die een allcenigh gaet,
503 Wijn in de huyd.
Verstand daer uyt.
504 Tot de Poort toe duert de rouw
Van een overleden Vrouw,
1) Vortugecsch.