Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 147 -
462 't Is een goê les voor groote Heeren:
ï»a 't schrappen valt er niet te scheeren.
463 Van dat het niew huys is gemaeckt,
Siet toe, dat ghy der uyt geraeckt.
464 Het Stroo is binnen,
Ouw Wijfs, aen 't spinnen!
465 In mijn geboort liet ick mijn schreyen hooren.
De reden werdt noch alle daeghs geboren.
466 Wy kregen Kleêren om de Lenden,
Soo quam het, datw' ons niet en kenden.
467 De Tongh is als een Blind' op straet,
Die haer geleidt, heet Goéde raed.
468 Sulcke Waer u}-t sulcke hoecken;
Sulcke Feesten, sulcke Koeeken.
469 De Pap en 't Meel zijn all' gelijck:
Van sulcken Stoff komt sulcken Slijck.
470 Van uw Vyand, van uw Vriend,
Geld in handen als 't u dient.
471 Soo van uw Vrouw, als van uw Vrind,
Gelooft al, dat ghy waer bevindt.
472 Hebt ghy schulden die vermeeren?
Looght ghy noyt, ghy sult het leeren.
473 Soo "hy te Paeschen schuldigh zijt.
De \ asten valt geen lange tijd.
of
Hebt Geld te Paeschen uyt te tellen;
U sal geen lange Vasten quellen.
474
Uvt slechten praet
Wel goeden raed.
475 Die tot het Beecksken gaet, en niet daer 't Beecksken
(spruyt,
En haelter niet als slijck, in plaets van water, uyt.